Iedereen was er

Op lange benen stond hij daar, uitkijkend over het veld van allen die er niet waren. Eerst was er niets. Dan groeit er ontreddering op zijn gezicht. Eenzaam en verloren , zo leek het voor mij.

“Hoe kan dit, ze waren er toch?” was zijn vraag.

 

Eerder kwam hij bij me, een rustige, wat kleurloze man, met een vraag over relaties. Waarom ze steeds opnieuw weer mislukten, terwijl hij zo ontzettend zijn best deed.

 

“Kijk maar, en voel”, zeg ik: dit is hoe je het aantrof. “Dit is de bedding waarin jij terechtkwam.

Zij konden er niet voor je zijn.

Je stond er alleen voor.

Je moest het helemaal zelf doen…”

We keken samen en namen de tijd.

 

Hoe hij het aantrof, was te groot om aan te kijken voor hem als kind. En dat maakte dat hij andere wegen koos.

Zijn eerste impuls was ook nu ervan wegwillen; grote stappen te nemen een ander kant op. Een voor hem bekende weg.

Maar we bleven kijken, we bleven voelen.

“Zij konden er niet voor je zijn, dat is hen niet gelukt.”

En langzaam, heel langzaam werden zijn ogen zachter en kreeg zijn gezicht wat kleur.

 

Er kwam er iets bovendrijven, iets heel kleins en jongs, een herinnering, een glimp.

Dat hij buiten in het gras zat als klein kind, en keek naar hoe kleine beestjes kriebelden op zijn been en zich door het gras bewogen. De zon op zijn gezicht en plotseling was daar de hand van zijn vader, die hem zachtjes over zijn bol aaide. En een diep vredig gevoel dat door hem heen stroomde.

 

Vanaf dat moment konden we ècht kijken en stappen maken om het verleden in te sluiten.

Deze eenzaamheid insluiten zal een verschil maken. Erkenning van verloren delen brengt een warmere toekomst dichterbij.

In zijn eindbeeld zie ik hem nog staan, met de handen op zijn hart kijkend naar de toekomst.

Het raakt me iedere keer weer wat een systemische opstelling kan brengen.